ECLI:NL:PHR:2006:AU7082
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens intrekking cassatiemiddel
In deze zaak heeft verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin hij wegens een strafbaar feit was veroordeeld. Namens verdachte diende zijn advocaat een schriftuur met cassatieklachten in. Nadat een aanvankelijk ontbrekend processtuk, een verkort proces-verbaal van de laatste terechtzitting in hoger beroep, alsnog werd bijgevoegd, heeft de advocaat laten weten dat het enige cassatiemiddel wordt ingetrokken.
Hierdoor kon worden vastgesteld dat verdachte geen cassatiemiddel meer aanvoert. Op grond hiervan concludeerde de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad dat verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het cassatieberoep. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een geldig middel.
De conclusie tot niet-ontvankelijkheid is genomen op 10 januari 2006, na de zitting van 22 november 2005. De zaak betreft een cassatieprocedure waarbij de formele vereisten en het tijdig indienen van middelen essentieel zijn voor ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens intrekking van het enige cassatiemiddel.