ECLI:NL:PHR:2006:AU8186
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Juridische status woonvoorziening en voorwaardelijke machtiging onder Wet Bopz
In deze zaak staat centraal of een woonvoorziening binnen een psychiatrisch ziekenhuis kan worden aangemerkt als zodanig in de zin van art. 1 lid 1 onder Pro h Wet Bopz, en of een voorwaardelijke machtiging kan worden verleend aan een patiënt die in zo'n woonvoorziening verblijft.
De rechtbank had geoordeeld dat het GEO-project van Mentrum, waar betrokkene verbleef, is aangemerkt als psychiatrisch ziekenhuis en dat een voorwaardelijke machtiging niet past binnen het systeem van de Wet Bopz zolang het verblijf in het ziekenhuis wordt voortgezet. Betrokkene stelde dat het verblijf in het GEO-project een voorbereiding op zelfstandig wonen is en dat een voorwaardelijke machtiging mogelijk moet zijn.
De Hoge Raad bevestigt dat een voorwaardelijke machtiging alleen kan worden verleend indien betrokkene buiten het psychiatrisch ziekenhuis verblijft en dat het systeem van de Wet Bopz niet voorziet in een voorwaardelijke machtiging voor patiënten die al binnen het ziekenhuis verblijven. De mogelijkheid van een voorwaardelijke machtiging is bedoeld om behandeling buiten het ziekenhuis mogelijk te maken met voorwaarden om gevaar af te wenden.
De Hoge Raad wijst ook op het belang van de prikkel tot naleving van voorwaarden die ontbreekt als betrokkene al binnen het ziekenhuis verblijft. De motivering van de rechtbank dat betrokkene onvoldoende consistente bereidheid tot verblijf toonde, is niet onbegrijpelijk. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; een voorwaardelijke machtiging kan niet worden verleend zolang betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft.