ECLI:NL:PHR:2006:AU8903
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring bij botsing tram en motorrijder ondanks betwisting verkeerslichtfunctie
In deze zaak gaat het om een ongeval op een verkeersplein in Rotterdam waarbij een door een trambestuurster bestuurde tram botste met een motorrijder. De trambestuurster werd bewezen verklaard de overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 te hebben begaan door door rood licht te rijden.
De verdediging voerde aan dat de verkeerslichtinstallatie mogelijk niet goed functioneerde en dat het onderzoek door Citytec, de beheerder van de installatie, onvoldoende onafhankelijk was. Ook werd betoogd dat getuigen niet konden zien welke kleur het licht voor de tram aangaf. Het hof baseerde zijn oordeel echter op een politieproces-verbaal en technische onderzoeken waaruit bleek dat de installatie goed functioneerde en dat conflicterende verkeerslichten nooit tegelijk groen of wit kunnen zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet onjuist heeft geoordeeld door het bewijs van de werking van de verkeerslichtinstallatie te accepteren, ook al was het onderzoek uitgevoerd door Citytec. De stellingen van de verdediging leiden niet tot een bijzondere motiveringsplicht of tot het verwerpen van het bewijs. Het cassatieberoep wordt verworpen en de bewezenverklaring blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de trambestuurster door rood licht is gereden en wijst het cassatieberoep af.