ECLI:NL:PHR:2006:AU9114
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewaring van inbeslaggenomen goederen wegens gebrek aan motivering rechthebbende
De verdachte is door het Gerechtshof te Leeuwarden veroordeeld voor opzetheling en kreeg een werkstraf opgelegd. Het hof gelastte tevens de bewaring van een groot aantal inbeslaggenomen goederen ten behoeve van de rechthebbende, waarbij een deel van de goederen werd teruggegeven aan de rechthebbenden. De verdediging voerde onder meer aan dat niet vaststaat dat de inbeslaggenomen goederen daadwerkelijk van misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte eigenaar is van de goederen.
De Hoge Raad oordeelt dat de hoofdregel is dat inbeslaggenomen goederen worden teruggegeven aan degene bij wie ze in beslag zijn genomen, tenzij er een andere rechthebbende is of de bewaring ten behoeve van de rechthebbende wordt gelast. Deze uitzonderingen vereisen een duidelijke motivering. In deze zaak ontbreekt een begrijpelijke motivering waarom de bewaring ten behoeve van de rechthebbende is gelast, terwijl de verdachte stelt eigenaar te zijn en niet is vastgesteld dat alle goederen van misdrijf afkomstig zijn.
De Hoge Raad constateert dat het hof niet duidelijk heeft gemaakt waarom het aannemelijk acht dat de verdachte niet de rechthebbende is, noch waarom de bewaring gerechtvaardigd is. Dit motiveringsgebrek leidt tot vernietiging van het deel van het arrest dat de bewaring gelast. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De zaak wordt terugverwezen met een passende beslissing op basis van art. 440 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bewaring ten behoeve van de rechthebbende wegens gebrek aan motivering.