ECLI:NL:PHR:2006:AU9237
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Erkenning minderjarige door gehuwde man en verkrijging Nederlanderschap
De zaak betreft de vraag of de erkenning in Vietnam van een minderjarige door een Nederlandse man, die op dat moment gehuwd was met een andere vrouw, in Nederland rechtsgeldig kan worden erkend en of de minderjarige daardoor het Nederlanderschap verkrijgt.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de minderjarige, ook al was het biologisch vaderschap niet vastgesteld. De erkenning in Vietnam voldeed aan de plaatselijke voorschriften en was niet in strijd met de Nederlandse openbare orde. De rechtbank wees het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap toe.
De Staat kwam tegen deze beslissingen in cassatie met meerdere klachten, onder meer over de vereisten voor erkenning door een gehuwde man en de noodzaak van vaststelling van biologisch vaderschap. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat erkenning geen bewijs van verwekkerschap vereist en dat een nauwe persoonlijke betrekking voldoende is.
De Hoge Raad benadrukte dat de openbare orde-exceptie slechts geldt bij fundamentele strijdigheid met de rechtsorde, wat hier niet het geval was. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank terecht terugkwam op een eerdere bindende beslissing vanwege een juridische misslag. De uitspraak bevestigt dat de minderjarige door de erkenning het Nederlanderschap heeft verkregen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de erkenning van de minderjarige door de gehuwde man rechtsgeldig is en dat de minderjarige daardoor Nederlander is geworden.