ECLI:NL:HR:2005:AS5109
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling erkenning minderjarige en Nederlandse nationaliteit bij erkenning door gehuwde man
De zaak betreft een minderjarige geboren in Turkije, erkend door een Nederlandse man die op dat moment gehuwd was met een andere vrouw dan de moeder van het kind. De verzoeker stelde dat hij op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) de Nederlandse nationaliteit bezit door deze erkenning. De rechtbank wees dit verzoek af, omdat de erkenning in Nederland geen rechtsgevolg heeft vanwege het verbod op erkenning door een gehuwde man volgens art. 1:204 lid 1 onder Pro e BW.
De Hoge Raad bevestigt dat dit verbod, hoewel in de loop der tijd minder streng is geworden, nog steeds geldt als hoofdregel en dat erkenning door een gehuwde man in Nederland niet wordt erkend. Dit is mede om misbruik te voorkomen en de adoptiewetgeving te beschermen. De Hoge Raad stelt dat ook het Nederlandse internationaal privaatrecht op het moment van erkenning in 2001 de openbare orde in de weg stond aan erkenning van de buitenlandse erkenning.
De conclusie is dat de erkenning in Turkije door de Nederlandse gehuwde man niet leidt tot het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Het beroep in cassatie wordt verworpen. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2005.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; de erkenning door de Nederlandse gehuwde man leidt niet tot verkrijging van de Nederlandse nationaliteit.