ECLI:NL:PHR:2006:AU9724
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid aanvullende toestemming uitlevering ondanks eerdere afwijzing door rechter
De zaak betreft een geschil tussen de Staat der Nederlanden en een betrokkene met dubbele nationaliteit die op Schiphol werd aangehouden voor uitlevering aan het Verenigd Koninkrijk. De rechtbank Haarlem verklaarde de uitlevering toelaatbaar voor enkele drugsmisdrijven, maar wees uitlevering af voor het feit van invoer van diamorfine, omdat deze stof niet op de Nederlandse Opiumwet-lijsten stond en dus niet dubbel strafbaar was. De betrokkene trok zijn cassatieberoep tegen deze uitspraak in, waardoor deze onherroepelijk werd.
De minister van Justitie verleende later op grond van het Europees Uitleveringsverdrag (EUV) aanvullende toestemming voor vervolging van de betrokkene voor het diamorfine-feit, nadat de Britse autoriteiten daarom hadden verzocht. Dit leidde tot een strafzaak in het Verenigd Koninkrijk, waarin de betrokkene werd veroordeeld. De betrokkene stelde dat de aanvullende toestemming onrechtmatig was, omdat de eerdere rechterlijke uitspraak bindend was en het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel werd geschonden.
De voorzieningenrechter en het gerechtshof verwierpen deze stellingen. Het hof oordeelde dat de minister op grond van art. 14 lid 1 EUV Pro verplicht was toestemming te verlenen, ook als de rechter eerder uitlevering had afgewezen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de toelaatbaarheid van aanvullende toestemming niet vooraf aan de rechter hoeft te worden voorgelegd, maar achteraf wel kan worden getoetst. Het vertrouwensbeginsel en het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staan niet in de weg aan het verlenen van aanvullende toestemming, aangezien het eerdere uitleveringsverzoek slechts betrekking had op dat concrete verzoek en niet op latere verzoeken of aanvullende toestemming. De minister handelde binnen zijn bevoegdheid en in overeenstemming met verdragsrechtelijke normen zoals dubbele strafbaarheid.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de minister aanvullende toestemming tot vervolging mag verlenen ondanks eerdere rechterlijke afwijzing van uitlevering voor dat feit.