ECLI:NL:PHR:2006:AV0393
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid bloedproef bij bijzondere geneeskundige redenen
In deze zaak stond centraal of het ondergaan van een bloedproef gerechtvaardigd was omdat het ademonderzoek om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk was. De verdachte was betrokken bij een verkeersongeval en werd vanwege pijnklachten naar het ziekenhuis gebracht, waar een bloedproef werd afgenomen. De verdediging voerde aan dat de verdachte wel degelijk in staat was een ademonderzoek te ondergaan en dat het bloedonderzoek daarom onrechtmatig was.
De Hoge Raad bevestigde dat opsporingsambtenaren mogen aannemen dat bijzondere geneeskundige redenen bestaan als het medisch onderzoek of behandeling het ademonderzoek binnen aanvaardbare termijn verhindert. Dit geldt ook wanneer het vervoer naar de plaats van het ademonderzoek wordt belemmerd door medische behandeling. Het hof had terecht geoordeeld dat de verbalisanten in redelijkheid konden aannemen dat het ademonderzoek onwenselijk was.
De Hoge Raad benadrukte dat het belang van tijdige alcoholbepaling meeweegt en dat het onredelijk is te verlangen dat opsporingsambtenaren hun taken onderbreken enkel om een ademonderzoek mogelijk te maken zodra medische behandeling is afgerond. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het bloedonderzoek was rechtmatig vanwege bijzondere geneeskundige redenen.