ECLI:NL:PHR:2006:AV0840
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verbouwing privéwoning fysiotherapeut: geen aftrek verbouwingskosten als ondernemingskosten
Belanghebbende, een kinderfysiotherapeut, gebruikte een pand dat zij geheel tot haar privévermogen rekende, waarvan een deel werd gebruikt voor haar onderneming en dat deels werd verhuurd aan haar echtgenoot, eveneens fysiotherapeut. In 1995 vond een verbouwing plaats, waaronder een aanbouw geschikt voor praktijkgebruik, verbouwing van praktijkruimte tot slaapkamer en privéruimten.
De Belastingdienst weigerde aftrek van de verbouwingskosten als ondernemingskosten. Het Hof oordeelde dat de verbouwing overwegend privé was ingegeven, mede omdat het pand als geheel tot privévermogen werd gerekend en de verbouwing in het pand was opgegaan. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de verbouwing in de privé-sfeer plaatsvond, waardoor de kosten niet als ondernemingskosten konden worden aangemerkt. Het pand kwalificeert als woonhuis, waardoor een forfaitaire afschrijving van 15% van de huurwaarde geldt.
Het beroep in cassatie van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Ook het oordeel over de huurwaarde van de praktijkruimten werd bevestigd. Er was geen sprake van ambtelijk verzuim bij de navordering. Belanghebbende kreeg geen vergoeding van proceskosten in cassatie toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verbouwingskosten van het privéwoningpand niet als ondernemingskosten kunnen worden afgeschreven en verklaart het cassatieberoep ongegrond.