ECLI:NL:GHAMS:2004:AR8148
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over navorderingsaanslag inkomstenbelasting en heffingsrente na langdurig boekenonderzoek
Belanghebbende betwist een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1995 die voortvloeit uit een boekenonderzoek dat bijna vier jaar heeft geduurd. Het Hof constateert dat de inspecteur niet tijdig uitspraak heeft gedaan op bezwaar en dat de navorderingsaanslag te hoog is vastgesteld. De inspecteur had onvoldoende reden om de primitieve aanslag zonder nader onderzoek vast te stellen.
Het geschil betreft onder meer de etikettering van het pand als privévermogen, de fiscale verwerking van verbouwingskosten uit 1995, de huurwaarde van ruimten die bedrijfsmatig worden gebruikt en de berekening van de heffingsrente. Het Hof oordeelt dat belanghebbende binnen de grenzen der redelijkheid het pand tot privévermogen mocht rekenen en dat de verbouwing vooral privébelang had. De huurwaarde wordt vastgesteld op €3.500, aanzienlijk lager dan door belanghebbende opgegeven.
De heffingsrente wordt gematigd vanwege de lange duur van het boekenonderzoek en het feit dat de inspecteur in gebreke bleef tijdig uitspraak te doen. Het Hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, handhaaft de vermindering van de aanslag tot €27.868 belastbaar inkomen en vermindert de heffingsrente tot €225. Tevens veroordeelt het Hof de inspecteur in de proceskosten van €2.500.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €27.868, de heffingsrente gematigd tot €225 en de inspecteur veroordeeld in proceskosten van €2.500.