ECLI:NL:PHR:2006:AV1633
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruik van getuigenverklaring bij bewijsvoering in XTC-exportzaak en toetsing aan art. 6 EVRM
De zaak betreft de bewezenverklaring van het medeplegen van het opzettelijk buiten Nederland brengen van circa 104 kilogram MDMA (XTC-tabletten). De verdachte werd veroordeeld op basis van verklaringen van een medeverdachte die zich tijdens de terechtzitting op zijn zwijgrecht beriep en daardoor niet door de verdediging kon worden ondervraagd.
De Hoge Raad stelt dat het gebruik van een dergelijke verklaring niet zonder meer onverenigbaar is met het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro), mits de verdediging de mogelijkheid heeft gehad de verklaring te toetsen door ondervraging van de getuige. In deze zaak was die mogelijkheid niet gegeven. Het hof had de verklaringen van de medeverdachte alleen mogen gebruiken als deze in belangrijke mate werden bevestigd door ander bewijsmateriaal.
De Hoge Raad concludeert dat het bewijs voor de betrokkenheid van de verdachte 'solely or to a decisive extent' steunt op de verklaring van de medeverdachte, en dat daarmee de verdediging niet adequaat haar rechten kon uitoefenen. Daarom is art. 6 lid 3 onder Pro d EVRM geschonden, hetgeen leidt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing voor een nieuwe behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van art. 6 EVRM en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.