ECLI:NL:PHR:2006:AV2386
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Doorbreking verschoningsrecht consultatiebureau dossier in strafzaak gezinsvoogdes na dood minderjarig meisje
In deze zaak stond het verschoningsrecht van Stichting Thuiszorg tegen beslag op het medisch consultatiebureaudossier centraal, dat werd ingeschakeld in een strafzaak tegen een gezinsvoogdes naar aanleiding van de gewelddadige dood van een driejarig meisje. De rechtbank had het beslag op het dossier gehandhaafd omdat zeer uitzonderlijke omstandigheden het belang van waarheidsvinding lieten prevaleren boven het verschoningsrecht.
De Hoge Raad bevestigde dat het verschoningsrecht, hoewel fundamenteel, niet absoluut is en dat in uitzonderlijke gevallen het maatschappelijk belang bij het aan het licht brengen van de waarheid zwaarder kan wegen. De zaak kenmerkte zich door de ernst van het feit, de grote maatschappelijke ophef en het belang van de dossiergegevens voor het onderzoek naar het functioneren van de gezinsvoogdes.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank voldoende gemotiveerd had dat het belang van de strafzaak en de waarheidsvinding zwaarder woog dan het belang van het verschoningsrecht, mede omdat de moeder van het slachtoffer toestemming had gegeven voor het dossiergebruik. Het belang van de persoonlijke levenssfeer van de Stichting werd niet als zelfstandig beroep op artikel 8 EVRM Pro aanvaard. Het middel van cassatie werd verworpen en het beslag op het dossier bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op het medisch dossier blijft gehandhaafd vanwege het prevalerende belang van waarheidsvinding.