ECLI:NL:PHR:2006:AV4825
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste griffiemededeling en gefrustreerd aanwezigheidsrecht verdachte
In deze zaak werd verdachte in hoger beroep verstek veroordeeld omdat hij en zijn raadsvrouw niet verschenen op de zitting van 24 november 2004. De raadsvrouw was echter door een griffiemedewerker onjuist geïnformeerd dat de zitting pas op 22 december 2004 zou plaatsvinden. Deze fout lag niet aan verdachte toe te rekenen.
De Hoge Raad overwoog dat het recht van verdachte op aanwezigheid bij de behandeling van zijn zaak, met name in hoger beroep, van groot belang is. Omdat de fout bij de griffie lag en verdachte daardoor niet aanwezig kon zijn, moest het arrest worden vernietigd.
Het hof had ten onrechte verstek verleend zonder te onderzoeken of de raadsvrouw op de hoogte was van de juiste zittingsdatum. De Hoge Raad stelt dat in gevallen van twijfel over de naleving van het aanwezigheidsrecht een onderzoeksplicht kan gelden, zeker als het misverstand niet aan verdachte of zijn raadsman kan worden toegerekend.
De Hoge Raad concludeert dat het arrest van het hof moet worden vernietigd en dat verdachte alsnog de mogelijkheid moet krijgen om zijn zaak in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens gefrustreerd aanwezigheidsrecht door een griffiefout.