ECLI:NL:HR:2003:AM0201

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00636/03
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • G.J.M. Corstens
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 SvArt. 51 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 10 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt behandeling bij verstek ondanks misverstand over zittingszaal

In deze zaak werd de verdachte in hoger beroep bij verstek veroordeeld wegens valsheid in geschrift. De verdachte en zijn raadsman verschenen niet op de terechtzitting omdat zij door een misverstand in de verkeerde zittingszaal zaten. Het hof stelde echter vast dat de raadsman op de hoogte was van de zitting, onder meer door een brief van de raadsman en een aantekening dat een afschrift van de dagvaarding was verstrekt.

De verdediging voerde aan dat het hof ten onrechte geen onderzoek had ingesteld naar de afwezigheid van de raadsman. De Hoge Raad oordeelde dat het hof op grond van de beschikbare stukken mocht aannemen dat de raadsman op de hoogte was en dat de enkele afwezigheid geen nader onderzoek vereiste.

De Hoge Raad verwierp het middel en bevestigde het arrest van het hof waarin de verdachte werd veroordeeld tot twaalf weken gevangenisstraf. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het vonnis.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 9 december 2003.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte werd verworpen en het verstekarrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

9 december 2003
Strafkamer
nr. 00636/03
AGJ/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 november 2002, nummer 23/001548-01, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 18 december 2000 - de verdachte ter zake van "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" veroordeeld tot twaalf weken gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Wortelboer, advocaat te Alkmaar, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en de zaak zal verwijzen naar een aangrenzend gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte heeft nagelaten een onderzoek in te stellen naar de "onverklaarde afwezigheid" van de raadsman, mr. J.H.S. Vogel, advocaat te Amsterdam, ter terechtzitting in hoger beroep. In de toelichting op het middel wordt ter verklaring van die afwezigheid van de raadsman (en van de verdachte) aangevoerd dat de verdachte en diens raadsman, nadat zij zich hadden gemeld bij de portiersloge van het gerechtshof, "ten gevolge van een misverstand" plaats hebben genomen bij de ingang van de verkeerde zittingszaal en dat, toen dat misverstand werd ontdekt, bleek dat de zaak reeds door het Hof was behandeld en afgedaan.
3.2. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 20 november 2002 is aldaar de verdachte noch de raadsman verschenen; de zaak is vervolgens bij verstek behandeld.
3.3. Tot de aan de Hoge Raad gezonden stukken van het geding behoort een brief van de raadsman van 16 oktober 2002 aan de strafgriffie van het Hof, waarin hij zich, onder vermelding van datum en tijd van de terechtzitting in hoger beroep als raadsman van de verdachte stelt. Een aantekening op het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep houdt in dat op 6 november 2002 een afschrift van de dagvaarding aan verdachtes raadsman is verstrekt.
Het Hof heeft kennelijk - gelijk het kon doen - op grond van een en ander aangenomen dat de raadsman op de hoogte was van het tijdstip van de behandeling in hoger beroep. Zulks in aanmerking genomen, noopte, anders dan het middel wil, de enkele omstandigheid dat de raadsman niet ter terechtzitting in hoger beroep was verschenen het Hof niet tot een onderzoek naar diens afwezigheid. Daarom kan het middel, dat evenmin als de daarop gegeven toelichting inhoudt dat het "misverstand" waarvan die toelichting gewaagt, een niet voor rekening van de verdachte en diens raadsman komende omstandigheid betrof, niet tot cassatie leiden.
3.4. Het middel faalt.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 9 december 2003.