ECLI:NL:PHR:2006:AV8720
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en wijziging van partneralimentatie na verwijzing in cassatie
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtelieden over de vaststelling van de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie. Na eerdere procedures en een cassatiebeslissing werd de zaak verwezen naar het hof Amsterdam. De vrouw diende een aanvullend verzoek in met een nieuw behoefteoverzicht, dat door het hof als geoorloofde vermeerdering van eis werd aangemerkt. Het hof stelde de alimentatiebedragen vast met ingang van 2001 tot en met 2004, waarbij de behoefte van de vrouw werd vastgesteld op basis van wettelijke indexering en zonder rekening te houden met door haar betaalde kinderalimentatie.
De man betwistte de vastgestelde behoefte en stelde dat deze aanzienlijk lager moest zijn. De Hoge Raad bevestigt dat in procedures die uitsluitend zien op vaststelling of wijziging van alimentatie ook na verwijzing in cassatie nieuwe feiten en vermeerderingen van eis mogen worden ingebracht, mits de goede procesorde wordt gerespecteerd en partijen voldoende gelegenheid krijgen te reageren. Het hof heeft echter onvoldoende rekening gehouden met de betwisting van de man en onterecht teruggegrepen op oude vaststellingen zonder deze adequaat te toetsen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst erop dat het hof de behoefte van de vrouw opnieuw en volledig moet beoordelen aan de hand van alle relevante en actuele feiten. Ook benadrukt de Hoge Raad dat bij vaststelling van alimentatie met terugwerkende kracht terughoudendheid en een zwaardere motiveringsplicht gelden, vooral indien terugbetalingsverplichtingen aan de orde zijn. De beslissing sluit aan bij de jurisprudentie over de ruimte voor wijziging van alimentatie en de procesrechtelijke waarborgen in dergelijke procedures.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak terug voor volledige herbeoordeling van de alimentatiebehoefte van de vrouw.