ECLI:NL:PHR:2006:AW3044
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vervalbeding en vergoeding kosten huishouding in huwelijkse voorwaarden
De vrouw vordert vergoeding van kosten huishouding die zij uit schenkingen van haar vader heeft betaald, terwijl de man volgens huwelijkse voorwaarden deze kosten zou dragen. De man beroept zich op een vervalbeding dat vorderingen na het kalenderjaar van betaling verjaart.
De rechtbank wees het beroep op het vervalbeding af, maar het hof oordeelde dat het beroep in dit geval redelijk was, mede gezien een fiscale constructie waarbij de man geen salaris ontving maar een managementvergoeding via een B.V. en de schenkingen van de vader werden gebruikt voor huishoudkosten.
De Hoge Raad stelt dat de jurisprudentie over vervalbedingen bij periodieke verrekenbedingen niet zonder meer geldt voor draagplicht van huishoudkosten. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het beroep op het vervalbeding in dit geval redelijk is, mede omdat het niet heeft onderzocht of partijen in 1984 een afspraak maakten die de man ontheft van zijn verplichting tot kosten dragen.
De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander hof voor nader onderzoek naar de gevolgen van de fiscale constructie voor de huwelijkse vermogensrechtelijke verhouding en de redelijkheid van het beroep op het vervalbeding.
Uitkomst: Arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor nader onderzoek en beoordeling.