ECLI:NL:PHR:2006:AX2032
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het binnenbrengen van circa vijf kilogram cocaïne via postpakket
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verzoekster is veroordeeld voor het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van circa vijf kilogram cocaïne. Het pakket werd vanuit Aruba naar een adres in Amsterdam verzonden en later geopend, waarbij de hoeveelheid cocaïne was vervangen door een dummy van ongeveer tien gram.
Het hof achtte bewezen dat verzoekster wist van de inhoud en betrokken was bij het verzenden en het laten openen van het pakket. De verdediging stelde dat verzoekster niet betrokken was en slechts toevallig aanwezig was bij het openen, maar dit werd door het hof verworpen op grond van verklaringen en omstandigheden, waaronder de detentie van de broer en het tijdstip van openen.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip 'binnen het grondgebied brengen' in de Opiumwet ook gedragingen omvat die gericht zijn op het verdere vervoer en overdracht binnen Nederland. De gewijzigde tenlastelegging, waarin ook het openen van het pakket werd betrokken, wordt als begrijpelijk en juist uitgelegd. Het cassatieberoep leidt tot vernietiging van de strafoplegging en matiging van de straf, maar de veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: Verzoekster is veroordeeld voor het opzettelijk binnenbrengen van circa vijf kilogram cocaïne, met matiging van de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.