ECLI:NL:PHR:2006:AX4369

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 mei 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00565/06 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herzieningsverzoek na vrijspraak wegens opzetheling op grond van nieuwe feiten

De zaak betreft een vordering tot herziening van een onherroepelijke uitspraak van de Politierechter te Utrecht, waarbij de veroordeelde primair werd vrijgesproken en subsidiair veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens opzetheling.

Na de uitspraak is gebleken dat een ander, de broer van de veroordeelde, het feit mogelijk heeft gepleegd en destijds bij zijn aanhouding de personalia van de veroordeelde heeft opgegeven. Deze informatie was ten tijde van de berechting niet bekend.

De Procureur-Generaal acht het ernstig waarschijnlijk dat de vrijspraak anders zou zijn uitgevallen indien deze gegevens bekend waren geweest. Daarom wordt verzocht de herziening van het vonnis toe te staan, de tenuitvoerlegging op te schorten en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof voor heronderzoek en beslissing conform art. 467 Sv Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad wordt verzocht de herziening toe te staan en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof.

Conclusie

Nr. 00565/06 H
Mr. Fokkens
Parket: 21 maart 2006
Vordering tot herziening inzake:
[aanvrager]
1. Veroordeelde is bij uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 12 oktober 2004 vrijgesproken van het primair ten lastegelegde en bij verstek veroordeeld wegens subsidiair "opzetheling" tot een gevangenisstraf van twee weken. Blijkens een mededeling van de Officier van Justitie van het Arrondissementsparket te Utrecht is dit vonnis onherroepelijk.
2. Uit het door de Officier van Justitie aan mij gezonden dossier komt naar voren dat een ander, te weten [betrokkene 1], het feit zou hebben begaan en dat deze [betrokkene 1] destijds bij zijn aanhouding de personalia van [aanvrager] (zijn broer) zou hebben opgegeven. Dit was niet bekend ten tijde van de berechting.
3. Met de Officier van Justitie meen ik dat het ernstig vermoeden bestaat dat [aanvrager] zou zijn vrijgesproken, indien de Politierechter met deze gegevens bekend was geweest ten tijde van de berechting en dat er gegronde redenen zijn een vordering houdende een aanvrage tot herziening bij Uw Raad in te dienen.
4. Ik moge daarom vorderen dat Uw Raad deze aanvrage tot herziening van de uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht gegrond zal achten, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof ten einde deze opnieuw te onderzoeken en te beslissen als bedoeld in art. 467, eerste lid, Sv.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,