ECLI:NL:HR:2006:AX4369
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling opzetheling
De zaak betreft een vordering tot herziening van een onherroepelijk vonnis van de Politierechter te Utrecht, waarbij de betrokkene bij verstek veroordeeld werd tot twee weken gevangenisstraf wegens opzetheling. De Procureur-Generaal verzocht de Hoge Raad om herziening op grond van een ernstige persoonsverwisseling: een ander persoon was ten onrechte gestraft onder de naam van de betrokkene.
Uit onderzoek bleek dat de persoon die was aangehouden en opgesloten niet de betrokkene was, maar diens broer die al jaren diens naam gebruikte. Deze persoonsverwisseling was bij de politie bekend, maar niet bij het Openbaar Ministerie. De raadsman van de betrokkene had ook verzocht tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wegens deze verwisseling.
De Hoge Raad oordeelde dat deze feiten een omstandigheid vormen als bedoeld in art. 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv, en dat de betrokkene waarschijnlijk vrijgesproken zou zijn geweest als de rechter van deze feiten op de hoogte was geweest. Daarom werd de herziening gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor nieuwe behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsvordering gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.