ECLI:NL:PHR:2006:AX5479
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt motiveringsplicht bij hogere straf dan geëist
In deze zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de motiveringsplicht van de rechter bij het opleggen van een straf die hoger is dan de eis van het Openbaar Ministerie. De zaak betreft een verdachte die in hoger beroep een hogere straf kreeg opgelegd dan de door de advocaat-generaal gevorderde straf. De verdachte klaagde hierover in cassatie.
De Hoge Raad stelt vast dat het zevende lid van art. 359 Sv Pro, dat een expliciete motiveringsplicht bij hogere straffen voorschreef, is vervallen per 1 januari 2005. In plaats daarvan is een nieuwe motiveringsplicht opgenomen in het tweede lid van art. 359 Sv Pro, die vereist dat het vonnis redenen geeft indien wordt afgeweken van uitdrukkelijk onderbouwde standpunten van verdachte of OM.
De Hoge Raad overweegt dat de enkele vordering van het OM niet automatisch een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt is, zodat afwijking daarvan niet altijd nader gemotiveerd hoeft te worden. In deze zaak heeft het hof de strafverhoging voldoende gemotiveerd door te wijzen op de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen van verdachte en de omvang van de schade.
Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het hof naar het oordeel van de Hoge Raad aan de motiveringsplicht heeft voldaan. De uitspraak bevestigt de aanscherping van de motiveringsplicht en verduidelijkt de toepassing daarvan na de wetswijziging.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het hof de strafverhoging voldoende heeft gemotiveerd.