ECLI:NL:PHR:2006:AX7782
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst en honorariumgeschil tussen beleggers en schadebemiddelaar
De zaak betreft een geschil tussen gedupeerde beleggers en hun schadebemiddelaar S&B over de betaling van een honorarium. De beleggers hadden S&B op basis van een 'no cure no pay'-overeenkomst opdracht gegeven om schadevergoeding te verhalen op ING Bank. S&B en ING sloten een vaststellingsovereenkomst over de schade, die mede door de beleggers werd ondertekend.
De beleggers stelden dat de vaststellingsovereenkomst door bedrog tot stand was gekomen, omdat ING en S&B mogelijk al op de hoogte waren van een tussenvonnis voordat zij de overeenkomst tekenden, terwijl de beleggers daarvan geen kennis hadden. Ook werd gesteld dat de beleggers onder druk hadden getekend vanwege dreiging met een boete door S&B.
De rechtbank en het hof verwierpen deze stellingen en verklaarden de betaling van het honorarium aan S&B rechtsgeldig. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het beroep op bedrog niet slaagt, mede omdat de beleggers niet konden aantonen dat S&B of ING op het moment van de overeenkomst kennis hadden van het tussenvonnis. Ook het feit dat de beleggers onkundig waren van de inhoud van het tussenvonnis maakt het beroep op bedrog niet aannemelijk. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt daarmee de eerdere uitspraken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de beleggers wordt verworpen en de vaststellingsovereenkomst blijft geldig met recht op honorariumbetaling aan S&B.