ECLI:NL:PHR:2006:AX8843
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en verknochtheid van schadevergoeding na verkeersongeval
De zaak betreft de verdeling van de huwelijksgemeenschap tussen man en vrouw, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, na een verkeersongeval waarbij de vrouw letsel opliep. De vrouw ontving een schadevergoeding van de WAM-verzekeraar van de veroorzaker, deels voor immateriële en deels voor materiële schade. Een deel van de materiële schadevergoeding werd geïnvesteerd in een woning die tijdens het huwelijk werd gebouwd.
De man vorderde betaling van een deel van deze vergoeding, stellende dat deze tot de gemeenschap behoorde. De vrouw stelde dat de vergoeding verknocht was aan haar persoon en dus buiten de gemeenschap viel. De rechtbank en het hof oordeelden dat de immateriële schadevergoeding en het deel van de materiële schadevergoeding dat betrekking had op toekomstige schade aan de vrouw verknocht waren en buiten de gemeenschap vielen. Het hof wees ook op het belang van redelijkheid en billijkheid bij de beoordeling van verknochtheid.
De Hoge Raad bevestigde dat de aard van het goed, mede bepaald door maatschappelijke opvattingen, leidend is voor de beoordeling van verknochtheid. Ook kan redelijkheid en billijkheid een rol spelen, maar de aard van het goed blijft het uitgangspunt. De Hoge Raad verwierp de klachten van de man en bevestigde dat de schadevergoeding, inclusief het in de woning geïnvesteerde deel, verknocht was aan de vrouw en dus buiten de gemeenschap bleef. De man was niet geslaagd in het bewijs dat de gemeenschap daadwerkelijk schade had geleden boven het reeds ontvangen voorschot.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de tijdens het huwelijk ontvangen materiële schadevergoeding verknocht is aan de vrouw en buiten de gemeenschap blijft bij echtscheiding.