ECLI:NL:HR:2006:AX8843
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap bij schadevergoeding na verkeersongeval en toepassing verknochtheid
Partijen, voormalig echtelieden, waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en gingen in 2001 uit elkaar. Tijdens het huwelijk ontving de vrouw een schadevergoeding van de WAM-verzekeraar wegens een verkeersongeval met blijvende beperkingen. Een deel van deze vergoeding werd geïnvesteerd in een woning die zij samen bouwden en later verkochten.
De man vorderde dat het gehele bedrag van de materiële schadevergoeding in de gemeenschap viel en dus verdeeld moest worden, terwijl de vrouw stelde dat een deel wegens verknochtheid aan haar buiten de gemeenschap bleef. De rechtbank en het hof oordeelden dat alleen het deel van de vergoeding dat betrekking had op schade geleden vóór de ontbinding van het huwelijk in de gemeenschap viel.
De Hoge Raad bevestigde deze lijn en stelde dat de vraag of een goed in de gemeenschap valt, afhangt van de aard van het goed en maatschappelijke opvattingen, zoals bedoeld in art. 1:94 lid 3 BW Pro. De redelijkheid en billijkheid spelen hierbij geen zelfstandige rol, omdat deze al zijn verwerkt in de maatschappelijke maatstaf. Het beroep van de man werd verworpen en de kosten van het geding in cassatie werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het beroep van de man wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd dat een deel van de schadevergoeding buiten de gemeenschap blijft wegens verknochtheid aan de vrouw.