ECLI:NL:PHR:2006:AY6203
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot gezamenlijk gezag en naamswijziging minderjarig kind
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind en de wijziging van diens geslachtsnaam. De moeder en haar nieuwe partner verzochten gezamenlijk het gezag over het kind toe te kennen en de geslachtsnaam van het kind te wijzigen.
De rechtbank wees de verzoeken toe, maar het hof vernietigde deze beslissing en wees de verzoeken af. Het hof oordeelde dat er gegronde vrees bestond dat bij toekenning van het gezamenlijk gezag de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd, mede omdat de moeder en haar partner uit elkaar waren gegaan en de partner geen biologische of juridische vader was.
De moeder en haar partner kwamen in cassatie tegen het oordeel van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het verzoek tot gezagswijziging had afgewezen op grond van gegronde vrees voor verwaarlozing van het belang van het kind. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag en naamswijziging van het minderjarige kind wordt afgewezen wegens gegronde vrees voor verwaarlozing van het belang van het kind.