ECLI:NL:HR:2001:ZC3639
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- C.H.M. Jansen
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Gezag gezamenlijk toewijzen aan moeder en echtgenoot ondanks bezwaar vader
De zaak betreft een verzoek van de moeder en haar echtgenoot om gezamenlijk het gezag over het minderjarige kind te verkrijgen, nadat de moeder sinds 1993 alleen met het gezag was belast. De rechtbank wees het verzoek af, maar het hof vernietigde deze beslissing en kende het gezamenlijke gezag toe.
De vader, die het kind heeft erkend en bezwaren had tegen de wijziging, stelde dat hij vreest het contact met het kind definitief te verliezen. Het hof heeft echter overwogen dat het belang van het kind voorop staat en dat het ontbreken of moeizaam verlopen van een omgangsregeling op zichzelf geen reden is om het verzoek af te wijzen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door de belangen van het kind voorop te stellen en de belangen van de vader mee te wegen zonder daaraan doorslaggevende betekenis te geven. Het oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk en kan in cassatie niet worden getoetst op juistheid van de feiten.
Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft de beschikking van het hof in stand dat de moeder en haar echtgenoot gezamenlijk met het gezag over het kind worden belast.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het gezamenlijke gezag van moeder en echtgenoot over het kind.