ECLI:NL:PHR:2006:AY7932
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Peildatum waardebepaling echtelijke woning bij verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, zijn na beëindiging van hun huwelijk in geschil geraakt over de peildatum voor de waardebepaling van hun voormalige echtelijke woning bij de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap.
De man stelde dat de waarde van de woning op 1 april 1995 als peildatum moest gelden, terwijl de vrouw vond dat de waarde bij de feitelijke verkoop in 2000 moest worden genomen. De rechtbank koos aanvankelijk voor de waarde op 1 april 1995, maar het hof vernietigde deze beslissing en stelde dat de waarde bij verkoop in 2000 moest gelden, gelet op de redelijkheid en billijkheid en de aanzienlijke waardestijging van woningen in de tussentijd.
De Hoge Raad bevestigt dat de hoofdregel is dat de waarde van de goederen wordt vastgesteld op het moment van verdeling, tenzij partijen anders overeenkomen of de eisen van redelijkheid en billijkheid een afwijking rechtvaardigen. Het hof heeft terecht geoordeeld dat geen bindende afspraak over de peildatum bestond en dat het redelijk was de waarde bij verkoop als uitgangspunt te nemen.
Het cassatieberoep van de man wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.