ECLI:NL:PHR:2006:AY8281
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Berekening schadeloosstelling bij onteigening prostitutiepand in stadsvernieuwingsplan
In deze onteigeningszaak tussen de gemeente 's-Gravenhage en Comoil S.A., eigenaar van prostitutiepanden, draait het geschil om de juiste berekening van de schadeloosstelling. De onteigening vond plaats in het kader van een stadsvernieuwingsplan gericht op het uitbannen van raamprostitutie. De Rechtbank had geoordeeld dat de waarde van de panden moest worden bepaald op basis van de rendementswaarde, waarbij een redelijk handelend koper in het vak van exploitant van raamprostitutie wordt verondersteld.
De Hoge Raad bevestigt dat de schadeloosstelling volledig is indien Comoil in staat wordt gesteld een investering te verrichten waarmee een vergelijkbaar hoog rendement kan worden behaald, wat volgens de Rechtbank alleen in de prostitutiebranche mogelijk is. De kosten van herbelegging in een vervangend prostitutiepand dienen daarom te worden vergoed. Een premie voor 'uit handen breken' wordt niet toegekend omdat er geen noodzaak is om snel een vervangend pand aan te kopen.
De gemeente voerde onder meer aan dat de schadeloosstelling moest worden gebaseerd op de contractuele huur, die lager was dan de rendementswaarde, en dat een aftrek wegens vrijkomende arbeid moest worden toegepast voor de huurders. Deze bezwaren werden door de Hoge Raad verworpen, mede omdat de gemeente haar bezwaren niet voldoende had onderbouwd of had laten vallen. De Hoge Raad wijst ook op het belang van een goede motivering en het respecteren van het partijdebat in het proces.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente wordt verworpen en de schadeloosstelling wordt bevestigd op basis van rendementswaarde inclusief kosten van herbelegging zonder premie uit handen breken.