ECLI:NL:PHR:2006:AY8340
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen beslissing omzetting taakstraf in gevangenisstraf
Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen een beslissing van de politierechter waarbij een taakstraf werd omgezet in een gevangenisstraf van drie maanden. Het hof verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep tegen deze beslissing omdat de wet geen rechtsgang voorziet voor een dergelijk bezwaar. Betrokkene stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het vonnis van het hof.
De Hoge Raad overwoog dat tegen beslissingen op grond van artikel 22g Sr, die niet deel uitmaken van een uitspraak over een ander feit, geen rechtsmiddel openstaat. Dit volgt uit artikel 14j, eerste lid Sr, in samenhang met artikel 22h Sr. De klacht dat betrokkene ten onrechte niet was opgeroepen voor de behandeling van het hoger beroep faalt bovendien wegens gebrek aan feitelijke grondslag, aangezien uit het proces-verbaal blijkt dat betrokkene wel is gehoord.
De Hoge Raad verklaarde daarom het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Hiermee blijft de beslissing van het hof in stand dat betrokkene niet-ontvankelijk is in het beroep tegen de omzetting van de taakstraf in gevangenisstraf.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen de omzetting van taakstraf in gevangenisstraf geen rechtsmiddel openstaat.