ECLI:NL:PHR:2006:AY9225
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon voor verkeerde voorlichting over begunstiging levensverzekering
In deze zaak vordert de erfgename van een overleden verzekeringnemer schadevergoeding van de assurantietussenpersoon wegens verkeerde voorlichting over de begunstiging van een levensverzekering. De assurantietussenpersoon had telefonisch bij de verzekeraar geïnformeerd wie de begunstigde was en op basis daarvan geadviseerd dat wijziging van de begunstiging niet nodig was. Na overlijden bleek echter dat de uitkering aan een andere begunstigde was toegevallen.
De rechtbank oordeelde dat de assurantietussenpersoon onzorgvuldig had gehandeld en aansprakelijk was voor de schade. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de assurantietussenpersoon niet toerekenbaar tekortgeschoten was door te volstaan met de telefonische navraag bij de verzekeraar. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat een assurantietussenpersoon in beginsel mag afgaan op telefonisch verkregen informatie, tenzij bijzondere omstandigheden een nadere verificatie vereisen.
De Hoge Raad benadrukt dat de mate van zorg die van een assurantietussenpersoon wordt verlangd, afhangt van de omstandigheden van het geval, zoals de aard van de informatie en het belang van de cliënt. In deze zaak zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die een verificatieplicht oplegden. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering van de erfgename tegen de assurantietussenpersoon wordt afgewezen.