ECLI:NL:PHR:2006:AY9311
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid hoofdaannemer voor brand door nalaten waarschuwen onderaannemer
De zaak betreft een geschil tussen de brandverzekeraar van een verpleeghuis en een hoofdaannemer die een onderaannemer inschakelde voor dakwerkzaamheden. Tijdens deze werkzaamheden ontstond brand door het gebruik van een gasbrander nabij brandbaar isolatiemateriaal. De verzekeraar stelde dat de hoofdaannemer onzorgvuldig was geweest door de onderaannemer niet te waarschuwen voor de brandgevaarlijke situatie.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof oordeelde dat de hoofdaannemer onzorgvuldig had gehandeld en mede aansprakelijk was als schadeveroorzaker in de zin van het Bindend Besluit Regres (BBR). De hoofdaannemer werd veroordeeld tot betaling van een deel van de schadevergoeding. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de hoofdaannemer.
De Hoge Raad benadrukte dat het begrip schadeveroorzaker in het BBR moet worden uitgelegd als eigen onzorgvuldig handelen of nalaten dat oorzakelijk is voor de schade. Ook werd bevestigd dat verschillende bedrijven als afzonderlijke schadeveroorzakers kunnen worden aangemerkt, waardoor de regreslimiet per schadeveroorzaker geldt. Het preventieve karakter van regres bij eigen onrechtmatig handelen werd als maatschappelijk wenselijk beschouwd.
Uitkomst: De hoofdaannemer is aansprakelijk voor regres tot maximaal ƒ 1.000.000 wegens onzorgvuldig handelen door de onderaannemer niet te waarschuwen.