ECLI:NL:PHR:2006:AZ0131
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betaling openstaande factuur na faillissement en schuldeisersverzuim bij levering winkelpui
In deze zaak staat centraal of Dixons, afnemer van een winkelpui geleverd door Simba Aluminium B.V., gehouden is tot betaling van een openstaande factuur na het faillissement van Simba. De levering van de pui werd uitgesteld vanwege vergunningsproblemen aan de zijde van Dixons. Het hof oordeelde dat Dixons hierdoor in schuldeisersverzuim was gekomen, waardoor Simba niet in verzuim kon raken en de factuur opeisbaar werd.
Dixons stelde dat de leveringsdatum in onderling overleg was uitgesteld en dat zij niet in verzuim was. Ook voerde zij aan dat zij na het faillissement alsnog bereid was de pui af te nemen, waarmee het verzuim zou zijn opgeheven. Het hof verwierp deze stellingen, omdat geen sprake was van een afdwingbare verplichting tot afname en de brief waarin Dixons een voorstel deed, niet als termijnstelling kon worden aangemerkt.
Verder stelde Dixons dat zij de overeenkomst buitenrechtelijk had ontbonden, maar het hof oordeelde dat zij daartoe niet bevoegd was zolang het schuldeisersverzuim voortduurde. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep, waarbij werd benadrukt dat het opschortingsrecht niet automatisch tot ontbinding leidt en dat het hof de feitelijke omstandigheden en uitleg van de brief op begrijpelijke wijze had beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat Dixons in schuldeisersverzuim was en gehouden tot betaling.