ECLI:NL:PHR:2006:AZ0668
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ontvankelijkheid beroep tegen voorwaardelijke geldboete bij WAM-overtreding
Het hof veroordeelde verdachte wegens het niet hebben van een verplichte motorrijtuigverzekering volgens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) tot een voorwaardelijke geldboete van €288,-, subsidiair 5 dagen hechtenis. De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.
De kernvraag was of art. 427 Sv Pro, dat de ontvankelijkheid in cassatie beperkt bij geldboetes tot een maximum van €250, ook van toepassing is op voorwaardelijke geldboetes. De tekst van art. 427 Sv Pro maakt geen onderscheid tussen voorwaardelijke en onvoorwaardelijke geldboetes, en de strekking van de bepaling biedt geen duidelijk aanknopingspunt voor een beperking tot onvoorwaardelijke geldboetes.
De Procureur-Generaal concludeerde aanvankelijk tot niet-ontvankelijkverklaring, maar de Hoge Raad wees het tussenarrest om de AG alsnog in de gelegenheid te stellen zich over de middelen uit te laten. Uiteindelijk werd geoordeeld dat de verdachte in cassatie kan worden ontvangen, omdat de beperking in art. 427 Sv Pro niet geldt voor voorwaardelijke geldboetes.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van art. 427 Sv Pro en bevestigt dat voorwaardelijke geldboetes niet automatisch buiten cassatieberoep vallen, wat van belang is voor de rechtsbescherming van verdachten bij overtredingen onder de WAM.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat beroep in cassatie tegen een voorwaardelijke geldboete mogelijk is en wijst het tussenarrest om de AG alsnog over de middelen te laten adviseren.