ECLI:NL:HR:2006:AZ0668
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep cassatie tegen voorwaardelijke geldboete WAM-overtreding
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor een overtreding van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). Het hof legde een voorwaardelijke geldboete van € 288,- op, subsidiair vijf dagen hechtenis.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op grond van art. 427 Sv Pro, dat cassatie tegen geldboetes tot € 250,- beperkt, maar de Hoge Raad stelt vast dat in de tekst van dit artikel geen onderscheid wordt gemaakt tussen voorwaardelijke en onvoorwaardelijke geldboetes. Hierdoor kan het beroep tegen een voorwaardelijke geldboete wel ontvankelijk zijn.
De Hoge Raad wijst de zaak naar de rolzitting van 12 december 2006 en houdt verdere beslissing aan, zodat de Advocaat-Generaal zich alsnog over de middelen kan uitlaten. Hiermee wordt bevestigd dat het beroep in cassatie tegen de opgelegde voorwaardelijke geldboete ontvankelijk is en inhoudelijk behandeld kan worden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie tegen de voorwaardelijke geldboete is ontvankelijk verklaard en de zaak is verwezen voor verdere behandeling.