ECLI:NL:PHR:2006:AZ0699
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling duur bijzondere voorwaarde opname in inrichting bij voorwaardelijke PIJ
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarbij verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met bijzondere voorwaarden, waaronder opname in de Glen Mills School. De centrale klachten betreffen de vraag of de Glen Mills School als particuliere inrichting kan gelden en of het hof de duur van de opname als bijzondere voorwaarde correct heeft vastgesteld.
De Hoge Raad oordeelt dat de Glen Mills School geen door de Minister aangewezen particuliere inrichting is, zodat opname daarin als bijzondere voorwaarde kan worden opgelegd. Vervolgens stelt de Hoge Raad vast dat het hof heeft nagelaten de duur van de opname te bepalen, hetgeen wettelijk vereist is en niet aan de inrichting mag worden overgelaten.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de wettelijke achtergrond van art. 77z Sr en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, waarbij wordt benadrukt dat de duur van opname korter dan de proeftijd moet zijn en dat de rechter hierover beslist. Praktische overwegingen mogen niet leiden tot een situatie waarin de inrichting de feitelijke verblijfsduur bepaalt.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het de duur van de bijzondere voorwaarde betreft en stelt zelf een termijn van achttien maanden vast. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De zaak wordt niet verwezen of teruggeworpen, mede omdat wijziging van de voorwaarde later mogelijk is.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de duur van de bijzondere voorwaarde opname, die door de Hoge Raad wordt vastgesteld op achttien maanden.