ECLI:NL:HR:2006:AZ0699
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging wegens ontbreken termijnbepaling opname in inrichting bij voorwaardelijke PIJ-maatregel
De Hoge Raad heeft op 12 december 2006 arrest gewezen in een cassatieprocedure tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden van 2 augustus 2005. De zaak betrof een verdachte die was veroordeeld tot jeugddetentie en plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, met als bijzondere voorwaarde opname in de Glen Mills School. De verdachte was geboren in 1989 en zat ten tijde van de aanzegging gedetineerd in een justitiële jeugdinrichting.
Het hof had de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van twee jaar, met bijzondere voorwaarden waaronder opname in de Glen Mills School. De Hoge Raad oordeelde dat de Glen Mills School niet kon worden aangemerkt als een door de Minister van Justitie aangewezen particuliere inrichting in de zin van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het hof had verzuimd de duur van de opname in de bijzondere voorwaarde te bepalen, terwijl artikel 77z, tweede lid, Sr dit uitdrukkelijk voorschrijft.
De motivering van het hof was gebaseerd op gedragsdeskundigenrapporten die stelden dat de verdachte een gedragsstoornis had en een strakke, gestructureerde omgeving nodig had. Het hof achtte een civielrechtelijk kader onvoldoende en vond een voorwaardelijke PIJ-maatregel passend. De Hoge Raad vernietigde het arrest echter uitsluitend vanwege het ontbreken van de termijnbepaling van de opname en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op dit punt. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd wegens het ontbreken van een door de rechter bepaalde termijn voor opname in de inrichting als bijzondere voorwaarde bij de voorwaardelijke PIJ-maatregel.