ECLI:NL:PHR:2007:AU8565
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek hypotheekrente voor woning tijdelijk aan derde ter beschikking gesteld voorafgaand aan eigen bewoning
Belanghebbende kocht eind 2000 een woning die de verkoper nog tot maximaal twee jaar mocht blijven bewonen zonder vergoeding. Over 2001 werd de woning nog door de verkoper bewoond, waardoor deze niet als eigen woning kon worden aangemerkt voor de hypotheekrenteaftrek. De Inspecteur corrigeerde de aangifte door de hypotheekrente niet aftrekbaar te verklaren en de woning in box 3 te belasten.
Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat de woning niet als eigen woning kwalificeert zolang deze anders dan tijdelijk niet als hoofdverblijf ter beschikking staat. De tijdelijke terbeschikkingstelling aan derden voorafgaand aan eigen bewoning voldoet niet aan de voorwaarden voor eigenwoningregeling. De klacht dat dit onredelijk is ten opzichte van kopers met een reeds eigen woning werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke definitie van eigen woning in artikel 3.111 Wet IB 2001 vereist dat de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat. Tijdelijke bewoning door derden voorafgaand aan eigen bewoning sluit de toepassing van de eigenwoningregeling uit. De regeling voor tijdelijke terbeschikkingstelling aan derden geldt alleen indien de woning normaal gesproken als hoofdverblijf dient. De klacht van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; de woning kwalificeert niet als eigen woning voor hypotheekrenteaftrek over 2001.