ECLI:NL:GHSHE:2005:AT4364
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J.W. van der Voort
- J. Swinkels
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing en eigenwoningregeling bij tijdelijke uitzending naar het buitenland
Belanghebbende was gedurende een periode van 1998 tot 2002 uitgezonden naar Curaçao en verhuurde zijn Nederlandse woning tijdelijk. De kern van het geschil betrof de fiscale behandeling van deze woning: of deze in box 1 (eigen woning) dan wel box 3 (sparen en beleggen) belast moest worden, en of belanghebbende recht had op aftrek van beroepskosten.
Het hof stelde vast dat belanghebbende vanaf augustus 1998 feitelijk een nieuw hoofdverblijf op Curaçao had, waar hij met zijn echtgenote woonde. Hierdoor verloor de woning in Nederland haar functie als hoofdverblijf. Het enkele feit dat de woning tijdelijk aan derden werd verhuurd, leidde niet tot verlies van de hoofdverblijfstatus, tenzij een ander hoofdverblijf werd betrokken, wat hier het geval was.
De waarde van de woning werd vastgesteld op ƒ 519.000,=, gelijk aan de WOZ-waarde. Het hof oordeelde dat de woning daarom in box 3 moest worden belast. Daarnaast verwierp het hof het beroep op het gelijkheidsbeginsel voor aftrek van beroepskosten, omdat er geen sprake was van ongelijke behandeling en belanghebbende onvoldoende schade aannemelijk had gemaakt.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak, stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen uit werk en woning van ƒ 150.174,= en belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van ƒ 3.792,=. Het betaalde griffierecht en proceskosten werden aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De woning wordt belast in box 3 en het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard met vermindering van de aanslag.