ECLI:NL:PHR:2007:AV0830
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbreken teruggaafregeling BPM niet in strijd met EG-Verdrag en EVRM
In deze zaak staat centraal of het ontbreken van een teruggaafregeling in de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (Wet BPM) in strijd is met bepalingen van het EG-Verdrag en het EVRM. Belanghebbende, een handelaar in kampeerauto's, voerde aan dat zij recht had op teruggaaf van BPM bij uitvoer van gebruikte auto's naar andere lidstaten.
De Hoge Raad bevestigt dat de BPM een binnenlandse belasting is die geldt voor zowel binnenlands geregistreerde als ingevoerde personenauto's en dat het ontbreken van een teruggaafregeling niet leidt tot discriminatie in de zin van artikel 90 EG Pro-Verdrag. Daarom is toetsing aan artikel 29 EG Pro niet meer aan de orde. Ook het beroep op het vrije verkeer van diensten (artikel 49 EG Pro) wordt verworpen omdat levering van auto's geen dienst is in de zin van het Verdrag.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het ontbreken van een teruggaafregeling niet leidt tot verboden discriminatie in de zin van artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro, noch tot een inbreuk op het eigendomsrecht uit het Eerste Protocol bij het EVRM. De opbrengst van de BPM vloeit in de algemene middelen en is niet geoormerkt voor activiteiten die alleen de nationale weggebruiker bevoordelen. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het ontbreken van een teruggaafregeling in de Wet BPM is niet in strijd met het EG-Verdrag en EVRM; het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.