ECLI:NL:PHR:2007:AV7405
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arbitragerechtelijke beoordeling van arbiteronderzoek en wrakingsrecht
In deze zaak staat centraal of een arbiter die specifieke deskundigheid bezit, zoals een medisch deskundige, zelfstandig onderzoek mag verrichten binnen arbitrage en hoe het recht op geheimhouding (blokkeringsrecht) van de onderzochte partij daarbij moet worden gehanteerd.
De Voorzieningenrechter te Rotterdam had arbiters gewraakt omdat zij zelf medisch onderzoek hadden verricht aan een partij, wat volgens de voorzieningenrechter de schijn van partijdigheid wekte. De Hoge Raad oordeelt dat het niet onjuist of ongewenst is dat arbiters met specifieke deskundigheid eigen onderzoek doen, mits het recht op hoor en wederhoor wordt gewaarborgd.
Verder wordt het blokkeringsrecht van de onderzochte partij erkend, waarbij de arbiter zich moet terugtrekken als dit recht wordt uitgeoefend. De Hoge Raad benadrukt dat het uitvoeren van eigen onderzoek door arbiters de onafhankelijkheid en onpartijdigheid niet per definitie schaadt en dat het weigeren van eigen onderzoek de arbitrage kan bemoeilijken en vertragen.
Ten slotte wordt ingegaan op de beoordeling van schorsing van arbitrage bij wrakingsverzoeken en het belang van een evenwichtige afweging zonder cirkelredeneringen. De conclusie is dat de beslissing van de Voorzieningenrechter op dit punt onjuist is en dat de Hoge Raad dit in het belang der wet corrigeert.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat arbiters met specifieke deskundigheid zelfstandig onderzoek mogen doen mits hoor en wederhoor wordt gewaarborgd en dat zij zich moeten terugtrekken bij uitoefening van het blokkeringsrecht door de onderzochte partij.