ECLI:NL:PHR:2007:AW3874
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen recht op herziening omzetbelasting voor waterschap bij verkoop waterzuiveringsinstallatie
In deze zaak staat centraal of een publiekrechtelijk lichaam, hier een waterschap, recht heeft op herziening van de omzetbelasting die bij de aanschaf van een waterzuiveringsinstallatie (RWZI) is betaald, wanneer deze installatie later wordt verkocht. Het waterschap had de installatie deels voor overheidstaken en deels voor economische activiteiten gebruikt, waarbij het deel voor economische activiteiten betrekking had op de kamerfilterpers voor slibverwerking.
De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJEG), die oordeelde dat een publiekrechtelijk lichaam dat als overheid handelt bij aanschaf geen recht op herziening heeft bij latere verkoop. De Hoge Raad concludeert dat het waterschap de RWZI grotendeels als overheid heeft aangeschaft, waardoor geen recht op herziening bestaat voor het overheidsdeel. Voor het deel dat als ondernemer werd gebruikt, namelijk de kamerfilterpers, bestaat wel recht op gedeeltelijke herziening.
De Hoge Raad benadrukt dat het recht op herziening afhankelijk is van de hoedanigheid bij aanschaf. Het waterschap had geen BTW in aftrek gebracht bij aanschaf en had een afspraak met de inspecteur om geen BTW te berekenen over de doorberekening van kosten aan andere waterschappen, wat het ondernemerschap niet uitsluit. Het beroep van het waterschap wordt gegrond verklaard voor het recht op gedeeltelijke herziening, maar het recht op volledige herziening wordt verworpen. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor vaststelling van het herzieningsbedrag.
Uitkomst: Het waterschap heeft recht op gedeeltelijke herziening van de omzetbelasting voor het ondernemersdeel van de waterzuiveringsinstallatie.