ECLI:NL:PHR:2007:AW3887
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over WOZ-waardering en invloed omzetbelasting bij kantoorgebouw
Deze zaak betreft de waardebepaling van een kantoorgebouw in Den Haag voor de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Het geschil spitst zich toe op de vraag of de WOZ-waarde moet worden vastgesteld op de waarde in het economische verkeer of op de gecorrigeerde vervangingswaarde, en of de invloed van omzetbelasting bij de waardebepaling moet worden geëlimineerd.
Het gerechtshof had geoordeeld dat de gecorrigeerde vervangingswaarde in dit geval in beginsel niet kan afwijken van de waarde in het economische verkeer en dat geen reden bestond om de invloed van omzetbelasting te elimineren. De waarde werd vastgesteld op het rekenkundig gemiddelde van de marktwaarden zonder eliminatie van omzetbelasting.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door te verwerpen dat de WOZ-waarde op de gecorrigeerde vervangingswaarde moet worden gesteld indien deze hoger is dan de waarde in het economische verkeer. Ook is geoordeeld dat de waarde in het economische verkeer van een onroerende zaak die meer dan twee jaar in gebruik is, exclusief de invloed van omzetbelasting moet worden bepaald.
De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling waarbij de gecorrigeerde vervangingswaarde inhoudelijk moet worden vastgesteld, rekening houdend met de omzetbelastingpositie van de eigenaar en de mogelijke 'onrendabele top'.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde waardebepaling rekening houdend met de gecorrigeerde vervangingswaarde en omzetbelasting.