ECLI:NL:PHR:2007:AX8608
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over belastingheffing aanvullend pensioen Europees Parlementslid en diplomatieke immuniteit
Belanghebbende was lid van het Europees Parlement en nam deel aan een aanvullend vrijwillig pensioenfonds waarbij het Europees Parlement twee derde van de pensioenbijdragen betaalde. De Nederlandse belastingdienst legde navorderingsaanslagen op omdat belanghebbende de bijdragen niet als inkomen had opgegeven.
Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze aanslagen, stellende dat Nederland niet heffingsbevoegd was over deze inkomsten omdat het heffingsrecht op grond van de belastingverdragen met België en Frankrijk aan die landen toekomt. De Staatssecretaris van Financiën ging in cassatie tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad overwoog dat leden van het Europees Parlement diplomatieke immuniteiten genieten overeenkomstig het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer en dat de inkomsten uit hun vertegenwoordigende functie, inclusief het aanvullend pensioen, onder deze immuniteiten vallen. Hierdoor is België en Frankrijk het heffingsrecht toebedeeld en niet Nederland. Het cassatiemiddel van de Staatssecretaris werd gegrond verklaard, het incidenteel cassatiemiddel van belanghebbende afgewezen en de navorderingsaanslagen vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat België en Frankrijk het heffingsrecht hebben over het aanvullend pensioen van het Europees Parlementslid en vernietigt de navorderingsaanslagen van Nederland.