ECLI:NL:PHR:2010:BM8179
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen landelijke werking meerderheidsregel zonder coördinatie beleid bij belastingnavorderingen
Belanghebbende, voormalig lid van het Europees Parlement, kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1996-1999 vanwege niet opgegeven bijdragen van het Europees Parlement aan een vrijwillige pensioenregeling. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de meerderheidsregel landelijk toegepast moest worden, aangezien slechts vijf van de vijftien vergelijkbare gevallen navorderingsaanslagen hadden gekregen.
Het Hof verwierp de landelijke toepassing van de meerderheidsregel, omdat deze volgens vaste jurisprudentie slechts geldt binnen het ambtsgebied van de bevoegde inspecteur. Het Hof oordeelde ook dat er geen sprake was van gecoördineerd beleid of een plicht tot onderlinge afstemming tussen belastingeenheden.
De Hoge Raad bevestigt dat de meerderheidsregel niet landelijk geldt zonder coördinatie van beleid, maar wijst erop dat uitzonderingen mogelijk zijn wanneer een behoorlijke taakvervulling vereist dat belastingeenheden afstemmen. De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar een ander gerechtshof om te beoordelen of een dergelijke afstemmingsplicht bestond.
De uitspraak benadrukt het belang van het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel in belastingzaken en verduidelijkt de reikwijdte van de meerderheidsregel binnen de Nederlandse belastingrechtspraak.
Uitkomst: De zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van de plicht tot afstemming tussen belastingeenheden en de toepassing van de meerderheidsregel.