ECLI:NL:PHR:2007:AY9013
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over renteaftrek eigen woning en bewijsvereiste lening voor onderhoud en verbetering
In deze zaak staat centraal of de rente over een hypothecaire lening die in december 2000 is afgesloten aftrekbaar is als kosten met betrekking tot de eigen woning. Belanghebbende had in de jaren 1995 tot en met 2000 kosten gemaakt voor onderhoud en verbetering van zijn woning, maar sloot de lening pas in december 2000 af. De lening werd gebruikt voor beleggingen, niet direct voor aflossing van eerdere leningen.
Het Hof oordeelde dat niet aannemelijk was gemaakt dat de lening was aangegaan ter vervanging van een eerdere lening voor onderhoud of verbetering, noch dat het oogmerk bestond om de kosten met een lening te financieren. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het beroep op postfinanciering af omdat de feiten niet aannemelijk maken dat de lening de uitvoering is van het oogmerk.
Daarnaast is het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen. De Hoge Raad stelt dat uitlatingen van bewindslieden tijdens de parlementaire behandeling van de Wet IB 2001 niet als uitvoerder van de belastingwet zijn gedaan, maar als medewetgever, waardoor hieraan geen rechtens te honoreren vertrouwen kan worden ontleend. Wel kunnen deze uitlatingen worden gebruikt voor de interpretatie van de wet.
Ten slotte overweegt de Hoge Raad dat de bewijsvereiste van schriftelijke bescheiden voor leningen na 1 januari 2001 geldt, maar niet met terugwerkende kracht voor leningen van vóór die datum. Voor deze oudere leningen geldt dat de Belastingdienst bewijs kan vragen tenzij de lening als zodanig is geaccepteerd. De termijn waarbinnen bewijs kan worden gevraagd, kan worden begrensd door de navorderingstermijn.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de renteaftrek wordt afgewezen.