Uitspraak
[X]te
[Z]tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te 's-Hertogenboschvan 21 januari 1987 betreffende de hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting voor het jaar 1982.
Hoge Raad
Belanghebbende, een advocaat werkzaam binnen een maatschap, voerde eigen zaken en kantoorzaken uit. Voor kantoorzaken ontving hij een vaste maandelijkse vergoeding; voor eigen zaken een deel van de honoraria. Het Hof oordeelde dat belanghebbende geen winst uit onderneming genoot over de eigen zaken vanwege het geringe aandeel in tijd en inkomsten en het gebruik van kantoorfaciliteiten.
Belanghebbende stelde in cassatie dat hij wel winst uit onderneming genoot en dat de Inspecteur jarenlang een vaste gedragslijn volgde die dit bevestigde, waardoor hij gerechtvaardigd vertrouwen had opgebouwd. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof het vertrouwensbeginsel onjuist had toegepast: een gedragslijn van de Inspecteur rechtvaardigt niet automatisch vertrouwen zonder onderliggende bewuste standpuntbepaling.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest.