ECLI:NL:PHR:2007:AY9466
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitsluiting vrijwillige verbetering bij verplichte S&O-afrekeningsaangifte en vergrijpboete
In deze zaak staat centraal of een afrekeningsaangifte ex art. 22, lid 1, WVA of een latere correctie daarvan gelijkgesteld kan worden aan een vrijwillige verbetering in de zin van par. 28, lid 3, BBBB 1998, waardoor geen vergrijpboete kan worden opgelegd. Belanghebbende had een boete opgelegd gekregen wegens het te hoog toepassen van voorlopige S&O-afdrachtverminderingen, welke boete door het Hof werd vernietigd omdat de aangifte als vrijwillige verbetering werd beschouwd.
De Hoge Raad stelt dat de tekst van art. 28 WVA Pro vrijwillige verbetering uitsluit, omdat de gedragingen die leiden tot de vergrijpboete niet meer reparabel zijn op het moment van de verplichte afrekeningsaangifte. Hierdoor kan de vergrijpboete van art. 28 WVA Pro ook worden opgelegd wanneer direct een juiste aangifte wordt gedaan. De afrekeningsaangifte kan niet als een te honoreren vrijwillige verbetering worden aangemerkt.
De zaak betreft een overschrijding van de voorlopige S&O-afdrachtvermindering met meer dan 20%, waarbij de boete 25% van het verschil bedroeg. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor beoordeling of de overschrijding aan grove schuld van belanghebbende is toe te rekenen.
De conclusie benadrukt dat vrijwillige verbetering niet geldt voor de verplichte afrekeningsaangifte, zodat de boetemogelijkheid van art. 28 WVA Pro niet wordt uitgesloten. De regeling beoogt te voorkomen dat inhoudingsplichtigen een te hoge voorlopige S&O-afdrachtvermindering toepassen en daardoor een liquiditeitsvoordeel genieten. De tekst van beleidsregels en wetgeving wordt strikt uitgelegd, waarbij de tekst prevaleert boven de strekking.
De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van de inkeerregeling en de toepassing van vergrijpboetes bij afdrachtbelastingen, waarbij de verplichte afrekeningsaangifte geen vrijwillige verbetering is en dus geen vrijstelling van boete oplevert.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de verplichte afrekeningsaangifte geen vrijwillige verbetering is en dat de vergrijpboete ex art. 28 WVA terecht kan worden opgelegd bij overschrijding van de S&O-afdrachtvermindering.