ECLI:NL:PHR:2007:AZ1671
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herzieningsaanvraag wegens persoonsverwisseling bij diefstalveroordelingen
De zaak betreft een herzieningsaanvraag van een veroordeelde die stelt dat sprake is van persoonsverwisseling. Aanvrager werd bij verstek veroordeeld voor diefstallen gepleegd in Utrecht en Assen, terwijl hij volgens overgelegde medische stukken ten tijde van deze feiten onafgebroken intern was opgenomen in zorginstellingen van Parnassia te Den Haag.
De aanvraag bevat onder meer een aangifte van vermissing van zijn identiteitsbewijs en brieven van Parnassia die bevestigen dat aanvrager gedurende de relevante perioden niet buiten de instelling kon verblijven. Proces-verbalen tonen echter dat iemand met zijn persoonsgegevens werd aangehouden en veroordeeld.
De Hoge Raad concludeert dat indien de politierechter op de hoogte was geweest van deze omstandigheden, aanvrager vrijgesproken zou zijn. Er is sprake van een ernstig vermoeden van persoonsverwisseling, waardoor de herzieningsaanvraag gegrond wordt verklaard.
De stukken laten zien dat het parket en Parnassia mogelijk onvoldoende aandacht hebben besteed aan de verblijfplaats van aanvrager, en dat de rechter niet heeft onderkend dat de opgegeven adressen zorginstellingen betroffen. Hierdoor is geen onderzoek verricht naar de mogelijkheid dat de feiten niet door aanvrager zijn gepleegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens ernstig vermoeden van persoonsverwisseling en wijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.