ECLI:NL:PHR:2007:AZ2224
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ingrijpende functiewijziging en concurrentiebeding in arbeidsrechtelijke relatie
Deze zaak betreft de vraag of een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst haar gelding behoudt na een ingrijpende wijziging van de functie van de werknemer. [Verweerder] was fiscaal-jurist bij AVM en werd per 1 maart 2000 overgeplaatst naar een andere vestiging met een gewijzigde functie-inhoud, waarbij hij meer klantgericht moest werken en verantwoordelijk werd voor de fiscale adviesomzet.
Het hof oordeelde dat deze functiewijziging het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder deed drukken, waardoor het beding per 1 maart 2000 haar werking verloor. AVM betwistte dit en stelde dat sprake was van een overgang van onderneming, waardoor het beding bleef gelden.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de functiewijziging de positie van [verweerder] op de arbeidsmarkt nadelig beïnvloedde en dat het hof onvoldoende aandacht gaf aan stellingen van partijen en het bewijsaanbod van AVM. Ook is het hof ten onrechte uitgegaan van een datum waarop de functiewijziging zich zou hebben voltrokken, terwijl de wijziging geleidelijk plaatsvond.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor nadere beoordeling, met name over de vraag of en in hoeverre de functiewijziging het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder doet drukken, inclusief de gevolgen van de standplaatswijziging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van de gevolgen van de functiewijziging op het concurrentiebeding.