ECLI:NL:PHR:2007:AZ2497
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling teruggave ayahuasca in relatie tot vrijheid van godsdienst en volksgezondheid
In deze zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over het verzoek tot teruggave van onder klaagster inbeslaggenomen ayahuasca, een vloeistof die DMT bevat, een middel dat valt onder lijst I van de Opiumwet. Klaagster betoogde dat het gebruik van ayahuasca essentieel is voor de beoefening van haar godsdienst binnen de [A] kerk en dat het verbod op bezit een onrechtmatige beperking vormt van haar vrijheid van godsdienst zoals beschermd door artikel 9 EVRM Pro.
Het hof had geoordeeld dat het verbod op het bezit van ayahuasca gerechtvaardigd is ter bescherming van de volksgezondheid en dat de beperking van de godsdienstvrijheid van klaagster niet onevenredig is, mede omdat zij zelf verklaarde haar godsdienst ook zonder het gebruik van ayahuasca te kunnen belijden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het algemene verbod op middelen als DMT voortvloeit uit verdragsverplichtingen en gericht is op het voorkomen van gezondheidsrisico's en maatschappelijke schade.
De Hoge Raad wijst erop dat het hof niet gebonden was aan eerdere rapporten of vonnissen die minder gezondheidsrisico's aan het gebruik van ayahuasca toekenden. Ook is het hof terecht van oordeel dat het belang van de volksgezondheid zwaarder weegt dan het individuele belang van teruggave van de vloeistof, zeker gezien het ontbreken van een wettelijke uitzondering voor religieus gebruik in de Opiumwet. Het middel tot cassatie faalt, en het beklag tot teruggave wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggave van de inbeslaggenomen ayahuasca wordt afgewezen vanwege het verbod op bezit ter bescherming van de volksgezondheid.