ECLI:NL:PHR:2007:AZ3093
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt draagkracht alimentatieplichtige inclusief vermogen bij partneralimentatie na langdurig huwelijk
In deze zaak staat de vraag centraal of het hof zijn oordeel over de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man bij partneralimentatie naar behoren heeft gemotiveerd. De vrouw vordert partneralimentatie gebaseerd op haar behoefte, waarbij het hof rekening houdt met de levensstijl van partijen tijdens het huwelijk en het vermogen van de man.
Het hof stelde de netto behoefte van de vrouw vast op €4.015,- per maand, maar verhoogde dit bedrag tot €6.478,22 door rekening te houden met de belasting over de alimentatie. De man betoogde dat het hof onjuist handelde door zijn vermogen mee te nemen in de draagkracht, mede omdat de huwelijksvoorwaarden vermogensscheiding bepaalden.
De Hoge Raad bevestigt dat de draagkracht van de alimentatieplichtige niet alleen door inkomen wordt bepaald, maar ook door vermogen, ongeacht de huwelijksvoorwaarden. Het hof mocht van de man verlangen dat hij op zijn aanzienlijke vermogen inteert indien hij de alimentatie niet uit zijn inkomen kan voldoen. De motivering van het hof over de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man wordt als begrijpelijk en juist beoordeeld.
De cassatiemiddelen van de man worden verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen; het hofarrest dat partneralimentatie inclusief draagkracht op vermogen vaststelt blijft in stand.